18 February, 2009

quente (heet in het portugees)

We komen samen, eindelijk, aan in Salvador. Na een paar dagen tussen de palmen, kreeften en mangroves op een onbereikbaar en zeer bezienswaardig eiland, zijn we weer terug in de stad…
Pelourinho, in het verleden slavenmartelpost en in het heden hart van de afrobraziliaanse sambabands, maakt zich klaar. Hoewel Carnaval al is begonnen, wordt er nog een hoedje op iemands hoofd genaaid, een kraampje gepoetst en een bord geschreven met dikke blauwe stift: Capirinha: Rs 5,-.
’s Avonds wandelen we mee met de stoet, ons eerste blokko. Olodum bestaat uit zo’n 150 trommelaars (waarvan 3 vrouwen) en 5 zangers (waarvan 1 vrouw). Niet meer, niet minder. Met duizenden lopen we achter ze, voor ze, naast ze. We stappen voorts in de ritme van samba. Het ruikt naar zweet, huid en bier. Wiegend met hun heupen lopen ze (wij nog lang niet, toeristen die we zijn) routineus het parcours af. Het regent. Niemand trekt zich het aan. Handen gaan omhoog en verwelkomen zwaaiend de verkoelende druppels. Een touwbewaker (binnen het touw lopen de betalers; herkenbaar aan een t-shirt dat als entreekaartje fungeert, buiten het touw de ‘meelopers’ en wie in of uit gaat wordt bepaald door een touwbewaker) smeekt me om een slok bier. Hij is al 5 uur aan het lopen. Naast mij hurkt een meisje en plast op straat, midden tussen de stoet. Vanaf de kar worden gadgets naar de mensenmassa gegooid, handen grijpen in het wild om de goederen te vangen. In de vrouwen wc’s van de kar mag je als betaler plassen. Er wordt geduwd, gevochten en gesnoven.
Overal glinsterende blote buiken, eindeloos dansende voeten, non stop zingende monden, trommelende stokken. Verkopers met piepschuim koelers willen hun bier kwijt. Gelada, gelada. Carnaval hier is alles behalve gelada. Onvermijdelijk. Onvergetelijk. Quente….

10 February, 2009

legal

Legal is waarschijnlijk de meest gebruikte uitdrukking in Brazilie. Overal waar ik kom, hoppend van groen en paradijselijk eiland naar vochtig en benauwend regenwoud, naar te dicht bevolkte, hoopvolle stad, naar eindeloos palmstrand, hoor ik het woord, vaak al in de eerste paar zinnen, vallen. Legal. Een land met de 8e grootste economie op de wereld. Tevens het land waar het woord sloppenwijk geboren moet zijn. Brazilianen. De verschrikkelijk rijke minderheid uitgezonderd, hebben ze het niet altijd even makkelijk. Volwassenen dromen dagelijks van onze (blanke rijkheid). Het weerhoudt ze niet van hun dagelijkse, grijsachtige glimach. Ook niet van het maken en dansen van samba. Ook niet van een vriendelijk, wel bedoeld "What's your neimi?" Ook niet van het slapen, slapen, slapen en in hun hangmat hangen..... De kinderen. Te kleine lijfjes en te oude gezichten. Ze rennen rond over de rotsen en het zand, het strand en de golven hun speeltuin. Ze maken speelgoud van vuilnis en halen het niet in hun hoofd om je geld of wat anders te vragen. Ze pakken je hand vast als je weer gaat, na een paar dagein in hun dorp. Ieder die je vraagt wat ze van (hun) Brazilie vinden (in tegenstelling tot 10 jaar geleden waarin iedereen naar het rijke Westen wilde, heb ik me laten vertellen) geeft hetzelfde, unanieme antwoord: LEGAL. Legal betekent COOL. Ik ben het met ze eens.

27 January, 2009

terzake


Een reis van 5 maanden. Door een continent van 17.819.100 m2 waarvan ik pakweg op zijn best 0.1 % van gezien zal hebben. Te zeggen dat ik het heb leren kennen, zou een leugen zijn. Toch doe ik een goede poging. Van bestemming naar bestemming, vragend aan andere reizigers, locals en lezend in mijn LP (wat mij betreft altijd als laatste resource) kom ik tot die puntjes op de kaart die ik graag gezien wil hebben. Van het een naar het ander, pas ik een bus, trein, auto, jeep, ferry, vissersboot, of vliegtuig. Soms loop ik het, met name als het een grens betreft.
Met ruime 3 maanden erop zitten, blik ik (al) af en toe terug. Op de momenten die een indruk achter hebben gelaten, die me geraakt hebben. En hoewel ik (nog) druk bezig ben met het organiseren van mijn vervoer van doel naar doel, realiseer ik me dat de dingen die me echt geraakt hebben, geen bestemming waren, maar gewoon, zomaar onderweg langskwamen.

In een overvolle bus naar de grens geeft een jonge moeder haar kind staand in het gangpad zonder blikken of blozen de borst. Een man geeft me in de hete bergen wat coka, om op mijn benen te blijven staan. Op de markt reikt een bolle Boliviaanse mij haar eerst gebakken visje aan. Het doofstomme meisje wat mij in elke klas achtervolgt en hanenpoten in haar schriftje krast, zogenaamd kopierend wat ik op het bord zet. Ik slaap in een boomhut van een reservaat waar ik terechtkwam omdat ik ziek was en niet naar de volgende stad kon reizen. Er loopt een (echte) gaucho vlak langs ons over het plein, waar we om 06.30 uur sochtends staan te debatteren of we verder reizen of niet. Er zit een vlinder in het hostel in de wasserette, terwijl wij al de hele dag in de bloedhitte door een reservaat zijn gelopen. Er zwemmen twee dolfijnen langs net voordat we aanmeren in de haven met de boot die me terugbrengt naar het vaste land, na 4 dagen op een tropisch eiland.

Mijn oud directeur preekte vaak. Een van zijn preken luidde: wat wij als terzake zien is eigenlijk terzijde en het terzijde juist terzake. Hoewel ik het nog veel met hem oneens ben, begin ik dit, nu met wat eigen ervaringen erbij, te geloven. Wellicht dat ik niet op reis ben voor de bestemming, maar voor het pad op zich. En is het wel zo dat het doel niet hetgene moet zijn waar ik (en we) met z´n allen naar op zoek moeten zijn. De maanden die mij resteren, ben ik voornemens mijn doelen wat meer links te laten liggen, mijn reis wat meer te laten ZIJN. Met het risico dat wat terzijde was terzake wordt en daardoor weer terzijde...

25 January, 2009

kleine wereld


In een kleine week tijd heb ik het gepresteerd om het grootste contrast tot nu toe van mijn reis neer te zetten. Nu, zittend in een hostel achter het internet, realiseer ik me dat het nauwelijks in mijn koppie past. Daarom wil ik het graag woorden geven...

Zaterdag: met een blauwe houten vissersboot meer ik aan in de baai. Het zand is wit, zo dun als stof. Het atlantische regenwoud doemt over het slaperige strand. De arendachtige vogels vliegen laag over het eiland, op zoek naar prooi. Het eiland bestaat uit 1.000 vaste bewoners.
Zondag: de zoektocht naar een hostel levert meer dan veel op. Een oudere visser, die me graag meeneemt ´s ochtends om krabben te vangen. Ik doe een poging tot surfen en mag tot mijn verbazing gewoon zomaar een board mee de zee in. Na een gevecht van een uur geef ik toe dat deze golven mijn beginner-surfer-niveau te veel zijn.
Maandag: een lange wandeling over het verlaten strand en een duik als enige in een baai de grootte van de IJhaven. De boot naar de haven. Zes uur wachten op een guur busstation, bellend met de ABN AMRO die mijn pinpas mag blokkeren omdat er maar liefst ¢ 1700 van mijn rekening is gehaald via de, blijkbaar vrij populaire, skimtechniek.
Dinsdag: ik kom om 06.00 uur aan in Sâo Paulo, stad van 20 miljoen inwoners. Het busstation is groter dan het vliegveld van Athene. Het stinkt er naar uitwerpselen. Bij het touristenbureau waarschuwen ze me niet in het donker alleen over straat te gaan. In de metro zie ik een aanplakbiljet met `Er reizen dagelijks 3.000.000 mensen met de metrô de Paulistas´. Ik bezoek het MASP en wandel urenlang door de metropol. Ik koop in een boekenwinkel die wel 5 X groter is dan die ene in Rotterdam, 4 Engelse boeken, omdat het ruilen van boeken in BrasiU nogal tegenvalt. Voor donker ben ik binnen en zit ik met mijn billen, een boek en een biertje op de bank van het hostel. Gister liep ik met mijn blote voeten op het strand, onder een hemel vol sterren, luisterend naar de branding.
Wat is de wereld toch groot, en klein tegelijk....

24 January, 2009

BraziU

beeld is een handelaar van iets dat ik veel vaker ga tegenkomen, heb ik zo’n vermoeden. Kenmerkend voor de Braziliaanse cultuur, maar ook zeer begrijpelijk gezien de aanhoudende en klamme hitte. In alle kleuren en vormen hangen ze er. Hangmatten!
Al meteen blijkt dat ze niet slechts een souvenirtje zijn, maar dat ze ook daadwerkelijk, zelfs in de stad, gebruikt worden. Aangezien de taxichauffeur die ons weg zal brengen eerst uit zijn hangmat moet klimmen, deze af moet tuigen en op moet vouwen voordat hij in de auto kan stappen. Heerlijk, ik voel me meteen thuis.
En dat geldt voor veel tot nu toe. Brazilië is het land waar ik eigenlijk niet naartoe zou gaan, het land waar ik het minst over gelezen heb en het eerste land in tijden waarin ik geen snars van de taal begrijp (Portugees zou toch een beetje op Spaans lijken?). En toch voelt het meteen dichtbij, thuis.
Op straat, langzaam voortwiebelende mensen. Ze lopen alsof ze dansen, de samba aanwezig in hun heupen. In de natuur, meer van de oorspronkelijke bewoners. Ze vissen in de rivieren en leven met de slangen. De gids neemt ons mee zijn wereld in. Piranha’s vissen en zwemmen met ze. Paardrijden door het woud en stilletjes op zoek naar apen en armadillos. Verhalen over slangenbeten aan de lange eettafel. Eten van gefrituurde piranha’s. Caipirinhas aan de houten bar en lessen Forro. Uitgeput in slaap vallen in een hangmat, die eigenlijk best goed slaapt tegen de derde nacht.
Ik ben er pas een week. Brazilië bevalt me prima.

22 January, 2009

Thuis

Brazilië. De 8e grens. De een na laatste. Denk ik. Want ik zit inmiddels weer zo dicht bij Bolivia, dat ik twijfel of ik nog even langsga.
Het eerste beeld is een handelaar van iets dat ik veel vaker ga tegenkomen, heb ik zo’n vermoeden. Kenmerkend voor de Braziliaanse cultuur, maar ook zeer begrijpelijk gezien de aanhoudende en klamme hitte. In alle kleuren en vormen hangen ze er. Hangmatten!
Al meteen blijkt dat ze niet slechts een souvenirtje zijn, maar dat ze ook daadwerkelijk, zelfs in de stad, gebruikt worden. Aangezien de taxichauffeur die ons weg zal brengen eerst uit zijn hangmat moet klimmen, deze af moet tuigen en op moet vouwen voordat hij in de auto kan stappen. Heerlijk, ik voel me meteen thuis.
En dat geldt voor veel tot nu toe. Brazilië is het land waar ik eigenlijk niet naartoe zou gaan, het land waar ik het minst over gelezen heb en het eerste land in tijden waarin ik geen snars van de taal begrijp (Portugees zou toch een beetje op Spaans lijken?). En toch voelt het meteen dichtbij, thuis.
Op straat, langzaam voortwiebelende mensen. Ze lopen alsof ze dansen, de samba aanwezig in hun heupen. In de natuur, meer van de oorspronkelijke bewoners. Ze vissen in de rivieren en leven met de slangen. De gids neemt ons mee zijn wereld in. Piranha’s vissen en zwemmen met ze. Paardrijden door het woud en stilletjes op zoek naar apen en armadillos. Verhalen over slangenbeten aan de lange eettafel. Eten van gefrituurde piranha’s. Caipirinhas aan de houten bar en lessen Forro. Uitgeput in slaap vallen in een hangmat, die eigenlijk best goed slaapt tegen de derde nacht.
Ik ben er pas een week. Brazilië bevalt me prima.

16 January, 2009

praktisch gemis

Buiten het lodgeachtige hostel zeg ik de inmiddels tweede vertrekkende vriendin gedag. Ik druk haar in mijn armen en laat mijn tranen vrijuit gaan. Ze zwaait vanuit de taxi. Ik ben weer helemaal alleen.
Hoewel ik de eerste paar uren niet goed weet wat ik moet doen alleen aan het zwembad, wen ik snel. Ik spreek mezelf moed in, het is nog een maand alleen en twee maanden voordat ik mijn vriendjes en vriendinnetjes weer zie. Ik slaap wat, internet wat en pak de bus naar het centrum om daar mijn volgende verbinding naar het midden van het land te halen. Ik ben, kan en wil weer op pad. Op weg naar nog meer avonturen.
Op het busstation moet ik wat wachten op de bus. Ik besluit naar de wc’s te gaan, hokjes die zo krap zijn dat je er net in kan plassen en om erbij te komen mag je betalen bij een meneer die een stroef draaihekje bedient. Met rugzak en al wurm ik mezelf door de hekjes en het wc hokje in. En dan komt de klap. Ik ben weer alleen. Niemand om even op mijn tas te letten, om aan te vertellen dat ik even ga plassen en zo weer terug ben.
Eenmaal in de bus komt de tweede klap, als ik naar mijn stoel loop, in een rij van twee. Ik instaleer me en na tien minuten zit er een stinkende Braziliaan naast me. Hij vraagt vrijwel meteen waar ik vandaan kom. Verdrietig geef ik antwoord en draai mijn hoofd naar het raam. Ik heb geen zin in een oppervlakkig gesprek over waar ik werk, woon en of ik kinderen heb. En waarom ik alleen op reis ben.
De derde klap komt ’s ochtends als ik de bus uitstap in een stad die veel toerisme ontvangt en zowat besprongen wordt door de promoventjes van het een of andere hostel of reisbureau. Omdat ik alleen ben overvallen ze me massaal, hopend dat ze kunnen verkopen. Ik pak mijn rugzak en loop snel door, doend alsof ik weet waar ik naartoe ga (wat meestal ook wel het geval is, alleen deze keer stond er even geen plattegrondje in mijn reisgids). Ik baal. Niemand om tegen te mopperen, niemand om mee te overleggen.
Mijn innerlijke peptalk bleek van oppervlakkige aard. In het groots had ik mezelf overtuigd dat het weer fijn was om mijn eigen pad te trekken, om mijn nomadisch bestaan weer vervolg te geven. Maar in de kleine praktische dingetjes stak de pijn toch snel weer de kop op. Ik mis ze…

12 January, 2009

Tranen

Een bekend gezicht op Ezeiza in Buenos Aires.
Twee stevige armen om me heen in een willekeurig hotelletje in San Telmo.
De vertrouwheid van het weer samenzijn.
Tranen.

Een val. Een verrekte nek, die het vrijwel onmogelijk maakt om de stad te verkennen.
Een gestolen portomonee, waar alles in zat.
De tegenslag van vermoeidheid en acclimatisatie in een land wat 40 graden warmer was.
Tranen.

Een absurde busreis.
Een heftig verbrande huid.
Dansend onder het vuurwerk op het strand, het nieuwe jaar inluidend.
Tranen.

Twee opgezette voeten, met dank aan een mieren- muggen- of spinnenbeet.
De uitdaging van het verbinden, als je al 2 maanden aan het reizen bent en de rest net aankomt.
Een cortizonespuit en veel bananen, om weer normaal te kunnen lopen.
Tranen.

De laatste avond samen.
Een wandeling met volle maan, naar een van de mooiste watervallen op aarde.
Afscheid.
Tranen.








08 January, 2009

met een lach

Leeg. Het vliegveld van Lima voelt als verlaten. Het vliegtuig is het ook. Meer crew dan passagiers. Ze zijn vriendelijk en warm. Ook zij zijn ver van huis, op Kerstavond. De uren van de vlucht gaan langzaam voorbij, mijn ongeduld groeit... Genoeg tijd om te overdenken hoe mijn laatste week in Peru voorbij is geschoten. Van het dorp van de waterval naar de rivier Mayo. Ongebaande paden, geheime reservaten die de gringos nog niet gevonden hebben. Als reisgenote Gisela. Een Limeense die ik heb overgehaald een stukje met mee te reizen en wat later terug naar Lima te gaan voor Kerst met haar familie. Die me, weliswaar aan het einde van deze reis; maar toch, wist te leren hoe de cultuur écht werkt. Van daar naar Lima. Met als gids een ware Limeense, van krottenwijk aan zee met het verste van het verste aan vis, naar upperclass surfplekken waar ik alleen had kunnen overnachten als ik deze reis niet had gemaakt. Van Lima een lege vlucht naar Buenos Aires. Alwaar mijn twee maatjes, eerst de een en dan de ander, aan zouden komen om samen het nieuwe jaar in te luiden. Ik kan steeds minder goed wachten....De spanning is onbeschrijvelijk. Kan ik nog samen zijn, na ruim twee maanden alleen? Kan ik het delen, alles wat ik mee heb gemaakt? Hoe zal het zijn, als ze door die schuifdeuren in de aankomsthal lopen? Zoals altijd of anders?Zoals altijd. De een na de ander, zijn ze veilig geland. Na een snufje Buenos Aires, door naar het hipste van het hipste van Zuid Amerika (Punta del Este in Uruguay), om op gepaste wijze te vieren dat we samen aan 2009 kunnen beginnen. En we zijn er. Het blijkt onbetaalbaar en vol Amerikaanse toeristen. Restaurants en winkels die ipv een logo/ naam, een bordje van Visa op hun gevel hebben. Hotelarrangementen die meer kosten dan mijn 6 weken in Peru. Een wind die sterker en kouder is dan ooit, volgens de receptioniste. En we hebben alleen maar een fleecevest bij ons. En een zomerjurk. En toch: de oceaan, de glimlachende Uruguayaan, de superverse vis en het feit dat we, ondanks de afstand, toch samen zijn, maakt het bijna perfect (alleen mijn lief ontbreekt nog)... We gaan met een lach 2009 in. Ik vermoed en hoop dat jullie dat ook net gedaan hebben.

31 December, 2008

met een lach

Leeg. Het vliegveld van Lima voelt als verlaten. Het vliegtuig is het ook. Meer crew dan passagiers. Ze zijn vriendelijk en warm. Ook zij zijn ver van huis, op Kerstavond. De uren van de vlucht gaan langzaam voorbij, mijn ongeduld groeit... Genoeg tijd om te overdenken hoe mijn laatste week in Peru voorbij is geschoten. Van het dorp van de waterval naar de rivier Mayo. Ongebaande paden, geheime reservaten die de gringos nog niet gevonden hebben. Als reisgenote Gisela. Een Limeense die ik heb overgehaald een stukje met mee te reizen en wat later terug naar Lima te gaan voor Kerst met haar familie. Die me, weliswaar aan het einde van deze reis; maar toch, wist te leren hoe de cultuur écht werkt. Van daar naar Lima. Met als gids een ware Limeense, van krottenwijk aan zee met het verste van het verste aan vis, naar upperclass surfplekken waar ik alleen had kunnen overnachten als ik deze reis niet had gemaakt. Van Lima een lege vlucht naar Buenos Aires. Alwaar mijn twee maatjes, eerst de een en dan de ander, aan zouden komen om samen het nieuwe jaar in te luiden. Ik kan steeds minder goed wachten....De spanning is onbeschrijvelijk. Kan ik nog samen zijn, na ruim twee maanden alleen? Kan ik het delen, alles wat ik mee heb gemaakt? Hoe zal het zijn, als ze door die schuifdeuren in de aankomsthal lopen? Zoals altijd of anders?Zoals altijd. De een na de ander, zijn ze veilig geland. Na een snufje Buenos Aires, door naar het hipste van het hipste van Zuid Amerika (Punta del Este in Uruguay), om op gepaste wijze te vieren dat we samen aan 2009 kunnen beginnen. En we zijn er. Het blijkt onbetaalbaar en vol Amerikaanse toeristen. Restaurants en winkels die ipv een logo/ naam, een bordje van Visa op hun gevel hebben. Hotelarrangementen die meer kosten dan mijn 6 weken in Peru. Een wind die sterker en kouder is dan ooit, volgens de receptioniste. En we hebben alleen maar een fleecevest bij ons. En een zomerjurk. En toch: de oceaan, de glimlachende Uruguayaan, de superverse vis en het feit dat we, ondanks de afstand, toch samen zijn, maakt het bijna perfect (alleen mijn lief ontbreekt nog)... We gaan met een lach 2009 in. Ik vermoed en hoop dat jullie dat ook net gedaan hebben.

15 December, 2008

aansluiten


In mijn werk heb ik nogal wat kennis opgedaan als het gaat om leren. De trend van nu in Nederland is het stimuleren van ervaringsgericht leren, wat kortweg betekent dat leren bestaat uit het zo realistisch mogelijk meemaken van hetgeen wat geleerd kan worden.
Met deze bagage belandde ik in het dorpje Cocachimba in Peru. Alwaar een groep gidsen, die qua leren niet veel verder waren gekomen dan de basisschool, zich graag meester in het Engels wilde maken. Met mij.
Mijn ambitie was, zoals altijd in mijn werk, groot. Sessies die door henzelf gevuld zouden worden, met hun eigen vragen in de taal. Sessies die opgedeeld zouden worden in enerzijds het leren van Engels en anderzijds het discussiëren over het belang van toerisme in deze opstartende gemeenschap. Sessies met simulaties of werkelijke gesprekken met bezoekende toeristen die wel met mijn gidsen zouden willen oefenen.
Het bleek anders. Ze hadden geen idee van wat ze wilden leren. Er kwamen telkens maar een stuk of 3 opdagen, wat een discussie vrij lastig maakte. Toeristen waren er nauwelijks. En als ze er al waren, bleven ze zeker niet slapen.
De eerste avond heb ik 5 zinnen met ze vertaald in het Engels. Welkom, mijn naam is, de toer kost …. Ik heb net zo lang voorgezegd en na laten zeggen totdat het in hun hoofden zat. Aan het einde van mijn 3weekse verblijf kunnen ze meer dan 60 zinnen naproduceren. Met hun schriftjes zitten ze, al voordat de klas begint, samen te oefenen. Ik heb geen idee wat het ze werkelijk gaat opleveren, dat moet nog blijken als ik ooit hier terugkom. Maar ik ben blij. Om het ene ding wat wellicht een blijvend resultaat zal zijn: hun vernieuwde enthousiasme voor leren.
En dankbaar dat ik mijn ‘leerprincipes’ overboord heb gegooid. Want leren gaat ook over aanlsuiten.

12 December, 2008

dankjewel


In het verlaten dorpje van de waterval, gebeurt er vrij weinig. De dagen lijken, in vergelijking met mijn reizende en werkende bestaan, vrijwel leeg. Toch gaan ze snel. Vanaf morgen begint weer opnieuw mijn nomadisch bestaan.
Mijn ervaringen zijn rijk. Ik heb mogen voelen hoe het is. Om afhankelijk te zijn van de regen. Daar mijn leerlingen, die bijvoorbeeld een hele heuvel moeten beklimmen om naar school te komen, bij regen gewoonweg niet komen opdagen. Om te delen in het kleine beetje eten. Daar ik elke dag bij een ander gezin gevoed werd, zodat ieder zou bijdragen aan mijn verblijf. Om te eten wat het land geeft, waardoor mijn maaltijden hebben bestaan uit aardappels, rijst, bonen en brood (in 1 en hetzelfde gerecht, elke dag weer). Om te ervaren dat wanneer er weinig te doen is, het leven prima kan bestaan uit wakker worden, eten, lezen, eten, lesgeven, eten, slapen. Om te mogen meemaken wat simpel werkelijk betekent.
Gister was de laatste klas met de schoolkinderen. Na de laatste keer oefenen op “We wish you a Merry Christmas” heb ik ze Bye Bye gezegd. Normaal sprinten ze de klas uit, deze keer niet. Ze bleven zitten. Omdat ze graag nog een keer het lied wilden zingen. De tranen sprongen in mijn ogen. Een groter dankjewel had ik niet kunnen krijgen…

11 December, 2008

Slimme onbewuste


6 weken zijn er verstreken. Zuid Amerika en ik zullen elkaar waarschijnlijk nooit echt gaan begrijpen. Ik leef graag binnen, zij buiten. Ik onderneem graag het maximum, zij hangt het liefst wat rond. Ik ben op zoek naar wat onder de oppervlakte zit, zij heeft het over koetjes en kalfjes.
Het grappige is, het doet er steeds minder toe. Al onderzoekend en reflecterend heb ik zeker mijn eigen weg kunnen vinden in dit gigantische continent. En ben er zelfs van gaan houden, gek genoeg.
In het boek “het slimme onbewuste” omschrijft Ab Dijksterhuis een interessant onderzoek over de rol van het onbewuste in gewenning aan nieuwe zaken. Het onderzoek bewijst dat naarmate we een persoon, plek of object vaker hebben gezien, we het plezieriger gaan vinden. Of we deze plek nou leuk vinden of minder leuk. Ons onbewuste zorgt ervoor dat we vertrouwd raken, een handeling die gepaard gaat met een positiever gevoel.
Peru is fijner geworden. Volgens de theorie van Ad lijkt het erop dat mijn onbewuste ervoor heeft gezorgd dat alles wat ik niet zo goed begreep of wat anders was dan ik verwacht had, me minder aan het storen is. Bij mij resulteert het in minder frustratie, minder drukte in het organiseren of vinden van iets anders en meer kan zien wat er wel allemaal te vinden is. Allemaal werk van mijn onbewuste, volgens Ad.
Of wellicht begin ik het gewoon leuk te vinden. En hadden we gewoon wat tijd nodig om elkaar beter te leren kennen…

04 December, 2008

back to basic

In een overvolle bus Peruanen kruip ik weg in mijn slaapzak. Ik ben moe maar ga hoopvol mijn reis tegemoet. Peru en ik zullen nooit de beste maten worden, maar toch heeft dit land iets intrigerends. Ik wil tot de grenzen gaan om het te ontdekken, Peru en ik zijn blijkbaar nog niet klaar met elkaar.
Vroeg in de ochtend komt mijn bus in een stoffige wolk tot stilstand. Als enige stap ik uit. Niemand op straat en mijn welkomstcomité geheel afwezig. De naam die ik presenteer aan de enige aanwezige persoon op het busstation (een poort, een erf en iets wat een wachtruimte moet zijn) is onbekend. Ik probeer het nummer te bellen wat ik heb gekregen. Buiten bereik…
Ik probeer op z’n Peruaans te reageren (net zo lang blijven hangen totdat iemand me komt halen) en houd dat precies 1 uur vol. Mijn proactieve persoonlijkheidsknop schreeuwt om actie. Ik beland op een plekje waar auto’s naar de dorpjes in de buurt lijken te vertrekken. Maar al te graag proppen ze mijn rugzak in de verschillende achterbakken.
Het dorp blijkt een klein paradijsje en het lijkt alsof mijn wens om van het gebaande pad te gaan vervuld wordt. Geen telefoon, electra of warm water. Eens per week een auto dat op een neer naar het dorp rijdt. Huizen van klei en riet. In de tuintjes ananassen, bananen en rietsuiker. Boeren, die eens per week als gids verdwaalde toeristen en busjes met scholieren naar de lokale schat leiden: de waterval (771) meter, volgens hen de derde grootste in de wereld.
Inmiddels zijn da dagen verstreken alsof ze niets waren. Ik begin te groeien tot een dorpeling die leert aan te voelen wanneer de regen gaat komen. Die wakker wordt met het eerste licht en gaat slapen zodra de paar lichten uitgaan door gebrek aan geld voor electriciteit. Die hangt voor het erf in het zonnetje omdat er weinig anders te doen is in de hitte. Die haar best doet om niet alleen gezien te worden als de 'gringa' die hen Engels leert en het allemaal beter weet.........

02 December, 2008

surfdude en voluntariado

In de dagen van scharreligheid kwam het besluit. Meer cultuur, meer natuur, minder gebaand pad. Maar hoe? Al scharrelend kwam ik uit op een plekje ten noorden van Lima. Het besluit leverde een ticket op naar Trujillo, met stop in Lima. Een afstand van minimaal 2 dagen over land. Peru en ik kregen een tweede kans om elkaar wat beter te leren kennen. In de paar uur overstap die ik in Lima had, heb ik alle waarshuwingen genegeerd: gevaarlijk, ver weg van het vliegveld, smerig en zeker niet de plek om Peru een tweede kans te geven. Een uur in een rammelden minbusje met een kind op schoot en een vrijwillige gids naast me begon ik de oceaan te ruiken. Een wandeling bergafwaarts bracht me bij de grijze, smerige, drukkende kust van Lima. Het zicht van golven, de geur van de zee, de eindelijk natte atmosfeer. Tranen rolde spontaan langs mijn wangen. Ook hier valt er niet aan te ontkomen. Ik ben een kind van de zee...




Een halve dag later landde ik in Huanchaco. Het stoffige vliegveld deed me schrikken. Waar ben ik terecht gekomen? Uiteindelijk ben ik er ruim een week gebleven. Met strenge leraar Chicho heb ik binnen de beloofde 5 dagen geleerd zelfstandig te surfen (vraag niet hoe het eruit ziet.....). Met Junay en Peter, bezen van het vrij groot opgezette (door nederlanders gestichtte) vrijwilligersbureau heb ik gepraat over effectiviteit en een workshop persoonlijk leiderschap georganiseerd. Met hen heb ik me tijdens het organiseren van een lokaal congres tegen de leervormen aan bemoeid. En overal, ben ik met open en oprechte armen ontvangen. Op mijn 5e dag boden ze me een mooie vrijilligersplek aan. Het organiseren van een groep gidsen bij de Gotca watervallen in de Amazonas. In een dorpje van 50 families (degen in de bergen meegeteld). Ik heb niet eens getwijfeld...

01 December, 2008

Gelijkwaardig


Een van de waarden die het meest belangrijk vind, is gelijkwaardigheid. Een hoog streven voor een toerist in een ontwikkelingsland waar je nog steeds gezien wordt als gringo als je blank bent. Vaak zit je geklemd tussen twee uitersten: of je wordt als vuil behandeld omdat ze graag gebruik van je maken en van het geld dat je al reizend zal spenderen. Of je wordt als koning behandeld, aangezien je afkomst heeft bepaald dat je slimmer, rijker en daarmee blijkbaar beter bent.
Het meisje van 8 bij mij om de hoek is doofstom. De familie (net zoals het hele dorp)is te arm om haar gebaren taal te laten leren, waardoor ze weinig kan vertellen of begrijpen van wat ik zeg. Dagelijks kom ik haar tegen, op het ene moment of het andere. Soms loopt ze met me mee naar de school, in stilte. Soms zwaait ze een gaat ze haar eigen gangetje. Soms komt ze naast me liggen met haar boekjes als ik in de zon lig te lezen. En soms kijkt ze mee over mijn schouder als ik driftig weg aan het tikken ben op mijn kleine laptopje.
Haar stilte raakt me. Het is zoals het is, niks meer en niks minder. Zij, ik, we zijn zoals we zijn. Gelijkwaardig.

Cultuur verschil


Een van de dingen die ik na twee maanden nog steeds niet kan bevatten, is de neiging van Zuid Amerikanen om binnen te zitten. Ze leven in de meest prachtige omgeving, omringd door bos, berg, oceaan of rivier (de jungle uitgezonderd, daar begrijp ik volkomen dat je niet buiten wilt zitten. En ondanks dat, zitten, eten, liggen, hangen, drinken, praten en dansen ze binnen. En dat niet alleen, maar ook nog sluiten ze zo goed mogelijk ramen, deuren en kieren, opdat er zo weinig lucht binnen komt. Het is koud, leggen ze vriendelijk uit.
Maar het is niet koud. Het is meestal minimum 10 en maximum 40 graden (ok, de nachten in de bergen ook uitgezonderd). In het hostal waar ik verblijf tijdens mijn werk met de gidsen, wordt ik verwezen naar een donkere (maar uitzonderlijk schone) kamer. Het eerste wat ik doe is de blauwe houten ligstoel die in de kamer staat, naar buiten verplaatsen. De gastvrouw, een vriendelijke christelijke moeder, kijkt me vragen aan. Of ik buiten ga zitten, vraagt ze. (Dit speelt zich af in een dorp aan de rand van de jungle, in de bergen, op een prachtig terrasje met zicht op de watervallen. De temperatuur is varieert tussen de 15-35 graden.)
Ze zeggen dat het gras altijd groener is bij de buren. Ik, niet gewend aan zoveel moois om me heen, niet gewend aan de langdurende en milde zomer in deze regio, wil niks liever dan buiten zitten. Zij, verlangend naar de luxe van een huis met echt cement, een luxe bescherming tegen de regens in de winter en elektriciteit, begrijpen totaal niet dat ik de kamer die alle boevengenoemde elementen heeft, probeer te ontsnappen.
Het zal vast cultuurverschil heten.

19 November, 2008

scharrelig peru‏

Op zoek naar de ware aard van Peru ben ik door de stoffige straten vanArequipa gewandeld. Een indrukwekkende stad, met blanke huizen gemaakt vansillar stenen, gewonnen uit de buik van de nog actieve vulkaan Misti dieArequipa met zijn grootsheid dagelijks bedreigt. Koloniale panden met grotearken rondom de (zoveelste) Plaza del Armas, indrukwekkende Franciscaansekloosters gevuld met grote Katholieke kruizen en schattige met keiengeplaveide straten. De invloed van de Conquistadores wordt met tolerantiegepreserveerd. Maar waar is het echte Peru, het eigen Peru? Dorstig dwing ik mezelf het centrum uit, op zoek naar meer, wellicht inverborgen hoekjes achter het eerste decor: elektronica winkels methypermoderne vriezers in de etalage. Pizzeria's met wat lokale stelletjesaan de vino caliente. Bliepende supermarkten waar klanten gretig hun plasticmet logo's bedrukte zakken vullen. In de schappen soya melk, bioproducten,meer typen Johnson's shampoo dan in Nederland wordt verkocht. Daar waar desporen van de Spanjaarden gewist zijn, heeft het kapitalisme zijn slaggeslagen. Ik loop weer naar buiten. Voor mij een mannetje met een mand volchocoladetoffees. Hij verkoopt ze voor 5 sol-centen. Naast hem eenvuilniszak vol zakjes van de grootverpakking. Ik vermoed dat hij ze inkooptbij de supermarkt die ik net uit ben gelopen. Mensen op straat duwen elkaarvoort in de logge menigte. Met geen cent te makken, scharrelen ze rond,tussen de grote billboards van de banken, schreeuwend met aantrekkelijketarjeta (creditcard) aanbiedingen. Meeste winkels zijn vrijwel leeg, bankenuitgezonderd. Een enkele stopt voor een ijsje of om een karamela te kopenuit een van de grote manden van straatverkopers om vervolgens weer verder tegaan. Ik scharrel mee. Op zoek naar de diepere laag van een cultuur die meer dan500 jaar geleden plat is gewalst door venijnige indringers. Naar eenidentiteit die wellicht door hen zelf nog steeds niet terug is gevonden. En als dat zo is, wie ben ik, om voor ze aan het zoeken te zijn?

11 November, 2008

ondernemerschap en reizigersidentiteit‏

De rammelende bus rijdt langs langzaam weg, langs het mystieke meer van de Incas. Achter me blijft Copacobana liggen en daarmee Bolivia. De grensovergang oogt stoffig en verlaten. Met nog een paar toeristen en mijn rugzak loop ik erover. Een paar stempels in mijn paspoort en ik ben weer een land verder. Peru. Daar waar het meer in Bolivia als verlaten oogde, wordt meteen al het verschil tussen de twee landen duidelijk. Vissersboten, netten, zeil en motorboten. Dorpjes met precisie gebouwd in de kleine maar waarschijnlijk meer vruchtbare baaien. Stenen schuttingen die eigendom afbakenen, territorium helder maken. Ondernemerschap! Dat blijkt alleen maar meer bij aankomst in Cusco, mijn plaats van bestemming. Overal wordt er aan me getrokken. Massage, trektocht, raften, pedicure, dagmenutje. Wanneer maakt ondernemerschap plaats voor energieslurpend misbruik? Voor de meeste Zuid Amerika trekkers is deze hub een paradijsje. Westers eten, goedkope hostels, goede internet verbindingen en vooral veel hangplekken. Om mij heen op terrasjes zitten Engelsen, Duitsers, Amerikanen en Ieren te genieten van hun biertje. Gap year. Hoor ik hier bij? Ik kom erachter van niet. Hoewel ik mijn best doe om te passen voor de buzzende backpackers scene en mijn eigen identeit te behouden, blijft het lastig. Met een LP op zak, op zoek naar plekken waar ik als alleenreizende vrouw veilig ben, kom ik vaker dan ik wil terecht op gebruikelijke plekken. Ondanks dat blijkt een alternatieve trektocht door de bergen van Alto Peru een pareltje in de zwarte zee. Verlaten boeren dorpen, bergpassen waarvan ik niet zeker wist of ik ze met mijn rugzak op zou komen. Een gids die maar al te graag mijn Spaans corrigeerde. Camperen in de bergen, zomaar. Marquito, de kok, die zich elke avond uitsloofde op de groentesoep. Besneeuwde bergtoppen en cactussen in een en dezelfde vista. Op de hoogste pas een steen van de bergvoet neerleggen, als dankbetuiging aan de bergen, voor de veilige reis. Opgeruimd ben ik terug gekomen. Ik heb de bus gepakt naar de volgende bestemming. Arequipa blijkt bij aankomst een rommelige, grote stad. Opnieuw begint mijn zoektocht.....

06 November, 2008

Overtuigingen

Het lijkt wel of elke dag een nieuwe zoektocht is. Mijn vrienden, hoe ver ze ook mogen zijn, hebben het door. Ook zij stellen per mail dezelfde vraag. Waar ben je toch naar op zoek?
Zo’n klein jaar geleden besloot ik te gaan. De baan op te zeggen, een tijdje te freelancen en de wereld te verkennen. Nu, want van later komt er meestal weinig. Mijn doel was en is nog steeds ontwikkeling, groei. En daar ben ik naar op zoek. Maar wanneer ontwikkel je?
Het schijnt voor eenieder anders te zijn. Mijn lief leert stapje bij stapje. Mijn zus leert door te kijken en te luisteren. Mijn vader door veel te lezen en te discussiëren. En ik, ik leer via emoties van grandeur. Ik wil en moet geraakt worden, om te kunnen zeggen dat ik geleerd heb.
Hoewel ik met zekerheid kan stellen dat de natuur tot op heden (Argentinië en Bolivia) vol grandeur is geweest, kan ik ook met zekerheid stellen dat ik me weinig geraakt voel. En daar dat mijn doel was, raak ik tevens gefrustreerd. Waar zijn die emoties van grandeur waar ik naar verlangde?
Boeddha zou met een grijns (ik weet het zeker!) zeggen dat dit het pad is. Lijden, voelen, observeren, blijven zitten. Wiebe Veenbaas zou me hoogst waarschijnlijk een vraag stellen: “wat in jou maakt dat je niet geraakt wordt dan?”. Beide zijn mijn meesters, hoewel ze het wellicht niet weten. En beide besluit ik te negeren en een andere weg te zoeken. Dat waar ik naar verlang zal toch ergens op dit continent moeten zijn?
De stem van mijn moeder galmt door mijn hoofd. Alles is mogelijk, zo lang je maar wilt. Wellicht een belemmerende overtuiging. Die me niet zal laten rusten totdat ik dat gevonden of gecreëerd heb waar ik naar op zoek was. Of een verruimende. Die me zal helpen vinden datgene waar ik naar op zoek was. Dat is het nare met overtuigingen. Je weet pas achteraf wat ze waard zijn…